De Belastingdienst heeft recent aandacht gevraagd voor het hanteren van een te lage restwaarde bij leasefietsen die na afloop (of tussentijds) worden overgenomen door de werknemer.
In de praktijk wordt soms een overnameprijs van bijvoorbeeld 20% van de cataloguswaarde gehanteerd. Dit is echter niet zonder meer toegestaan. Bij overname moet altijd worden uitgegaan van de waarde in het economisch verkeer op dat moment. Dit geldt zowel bij het einde van de leaseperiode als bij tussentijdse beëindiging.
De Belastingdienst geeft hiervoor een praktische richtlijn in het besluit van 6 september 2022 (paragraaf 6.1 – nr. 2022-192540). Hierin wordt uitgegaan van een gemiddelde levensduur van minimaal 5 jaar en een jaarlijkse afschrijving van 20%. Dit betekent bijvoorbeeld dat de restwaarde na 3 jaar nog circa 40% bedraagt.
Voorbeeld
Een werknemer krijgt op 2 januari 2022 een fiets met een cataloguswaarde van € 2.000. Bij uitdiensttreding op 1 juli 2026 (na 4,5 jaar) wordt de waarde als volgt berekend: € 2.000 – (4,5 jaar × 20% × € 2.000) = € 200.
Dit is het bedrag dat de werknemer in principe voor de fiets moet betalen. Wanneer de werknemer de fiets voor een lager bedrag overneemt, wordt het verschil aangemerkt als loon. De werkgever kan dit verschil verwerken als belast loon bij de werknemer of aanwijzen als eindheffingsloon ten laste van de vrije ruimte.




